|
Editie 4 - 18 augustus 2009: Egberts liefdesverdriet
Drie in bier gedrenkte studenten stonden te donderjagen op het station bij de halte van lijn 3. Eén van hen werd door zijn maten de bus in geduwd.
Ga nou mee jongens, smeekte hij vanuit de bus. Bij mij is het hartstikke gezellig en er is bier.
Nee, nee, nee we gaan niet mee.
Hij heeft liefdesverdriet! schreeuwde één van de gasten vanaf het perron. Haha, hij heeft liefdesverdriet!
Echt waar?! riep ik terug.
De jongen in de bus knikte ja en ging op de voorste stoel rechts naast me zitten.
Hoe heet je? vroeg ik.
Egbert.
Egbert?
Ja. Egbert.
Voor Egbert lijkt het me beter dat jullie even meegaan en hem een beetje oppeppen! riep ik naar buiten.
Nee, we gaan niet mee!
Ze schaterden de lach van de verbijsterde onnozelen die zich voor het eerst geconfronteerd zien met de werkelijk aard van het leven.
Egbert sprong van zijn stoel en schommelde als een aap uit de deuropening.
Er is tenminste één iemand hier die me begrijpt! riep hij zijn maten toe.
Haha, Egbert heeft liefdesverdriet, Egbert heeft liefdesverdriet!
Klootzakken! schreeuwde Egbert terug.
Je zou denken dat de sfeer grimmig was, maar dan vergis je je. Er heerste precies die sfeer van waaruit vriendschappen voor het leven ontstaan, pik. Zonder diepe onderlinge affectie is deze omgang met elkaar niet mogelijk.
Tegen een paar meisjes die instapten zei ik: blijf maar een beetje voorin zitten, meisjes. Egbert hier, ik wenkte als een lifter met mijn duim in zijn richting, heeft liefdesverdriet, dus hij kan wel wat steun gebruiken.
Hij stond op en kwam dicht bij me staan.
Nee, niet doen! Dat is nou precies de bron van alle narigheid. Ze vindt dat ik teveel naar andere meisjes kijk, zei hij vertrouwelijk. Moedeloos plofte hij terug op zijn stoel.
Zal ik hem vertellen over de ware liefde, de enorme explosies die kunnen voortkomen uit ruzies en onenigheid, en dat dat eigenlijk alleen maar bedoeld is als test voor de houdbaarheid van de relatie? Dat je deurenknallend en stoelomgooiend uit elkaar kunt gaan, om na een eeuw van een halve dag elkaar snikkend om de hals te vliegen met duizend excuses, dat je het zo niet bedoeld had, dat je hoopte dat zij nu niet zou weggaan en dat jullie toch echt bij elkaar hoorden? dacht ik.
Ik keek achterom. Egbert staarde naar buiten met zijn handen tussen zijn bovenbenen geklemd.
Zal ik hem vertellen dat zij niet de enige op de wereld is, dat ooit blijkt dat zij misschien zelfs niet de Grote Liefde was, omdat er een nog grotere liefde overheen kwam? dacht ik verder, en zal ik hem vertellen dat het verliezen van je geliefde niet het einde van de wereld hoeft te zijn, dat er heel veel dingen in het leven zijn die afleiding kunnen geven en zelfs kunnen leiden tot een groter gevoel van liefde dan verliefdheid alleen? Dat het leven meer is dan hormonen en voortplanten?
Ik stopte bij de halte Viaduct.
Tot mijn verbazing stapte Egbert snel en onhandig uit. Hij groette nauwelijks hoorbaar. Had-ie zitten janken?
Ik zal het nooit weten. Sommige gesprekken gaan nu eenmaal volkomen de mist in op de bus. Maar hij had me in ieder geval onbedoeld weer eens met mijn neus op de feiten gedrukt. De tijd van liefdesverdriet is voor mij allang voorbij en ik ben daar helemaal niet rouwig om.
|

Relevant
|